Sluitenx

Wat zijn cookies?

Cookies zijn kleine tekstbestandjes die deze site op uw computer plaatst. Deze cookies zijn nodig om toevoegende functionaliteiten zoals google analytics, google maps en social media op de website te gebruiken. Meer informatie?
Voor optimaal gebruik van deze website worden op uw computer cookies geplaatst. Cookies accepteren?

Belangrijk bij zoeken

Er zijn bij elk vraagstuk 5 punten van belang

  1. Diagnose/type autisme
  2. Transitiemomenten - Levenslang/levensloop
  3. Domeinen
  4. Zelfregie/samenregie
  5. Financiering

1. Diagnose/type autisme

Bij het vaststellen van de diagnose autisme wordt vaak het type autisme genoemd:

  • Klassiek autisme
  • Asperger
  • PDD NOS
  • MCDD

Deze termen gaan verdwijnen als de DSM-5 gebruikt gaat worden bij het classificeren.

De huidige diagnoses PDD-NOS, Asperger en Klassiek Autisme worden samengevoegd onder de noemer Autisme Spectrum Stoornis (ASS) of gewoon ‘autisme’. Daarbij wordt aangegeven:

  • een milde of ernstige mate van autisme
  • welke hoeveelheid ondersteuning nodig is.

2. Transitiemomenten - Levenslang/levensloop

Sinds het rapport van de gezondheidsraad ‘Autisme, een leven lang anders’ wordt er gesproken over levensloopbegeleider, levenslang en levensloop.  Het zijn woorden/begrippen die op verschillende manieren worden gebruikt en geïnterpreteerd. Hieronder een uitleg voor levenslang/levensloop

Levenslang/levensloop
Hieronder versta overgangen die, vaak door, de leeftijd ontstaan, ook wel transitiemomenten genoemd. De momenten zijn voor ieder mens herkenbaar. Mensen zonder autisme ervaren transitiemomenten ook als momenten waar je meer steun, hulp en advies nodig hebt.

Wat maakt dan het verschil?

Bij mensen met autisme werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier. Je ziet dit niet aan de buitenkant en verschilt per persoon met autisme. De adviezen, steun en hulp worden niet of anders begrepen. Daarom is het zo belangrijk om tijdig bij transitiemomenten te weten hoe die ene persoon geholpen kan worden.

Transitiemomenten zie je vaak bij;
School en werk
    • Basisschool naar voortgezet onderwijs,
    • VO naar beroepsonderwijs,
    • Wisseling van school/studie
    • School naar werk,
    • School naar dagbesteding,
    • Wisseling van baan,
    • Werk naar pensioen
Levensfase
  • peuter naar kind,
  • kind naar puber,
  • puber naar jong volwassene,
  • jong volwassene naar volwassen,
  • volwassen naar senior
Overige
  • begeleid of zelfstandig gaan wonen
  • verhuizing of verbouwing
  • geboorte van een kind (of zusje/broertje).
  • overlijden persoon die dichtbij staat

3. Levensdomeinen

In het leven van alle mensen zijn levensdomeinen van belang. Bij mensen met autisme is dit nog belangrijker/ingrijpender. Als op één of meerdere domeinen iets anders verloopt/wijzigt dan kan dit veel effect hebben op de andere domeinen. (bijvoorbeeld, schoolvakantie voor kinderen met autisme kan de hele thuissituatie ontregelen).

Denk aan de volgende domeinen:

  • lichamelijke en psychische gezondheid
  • familie, relaties, gezin
  • wonen
  • onderwijs, opleiding en/of werk
  • ontspanning en vrije tijd
  • financiën en administratie.

4. Zelfregie en samenredzaamheid

Mensen met autisme kunnen door de informele zorg, professionele zorg en betrokkenheid van vrienden, verwanten en vrijwilligers en ondersteund worden. Voor elke situatie kan dit anders zijn.

Het is afhankelijk welke mate van zelfregie en samenredzaamheid er is.

  • Zelfregie (zeggenschap over je eigen leven en ondersteuning) is eenbelangrijk onderdeel van zelfredzaamheid.
  • Samenredzaamheid is de zelfredzaamheid van mensen met behulp van hun sociale netwerk.

De vier kernpunten van zelfregie zijn:

  1. Uitgaan van het positieve: wat kan ik wel als cliënt, waar ligt mijn kracht?
  2. De cliënt versterken door inzicht in zijn eigen drijfveren en situatie: op welke gebieden gaat het goed, op welke gebieden gaat het niet zo goed, wat wil ik nog of weer graag kunnen doen, waar ligt mijn motivatie?
  3. Het eigenaarschap en de zeggenschap over ondersteuning en hulp zoveel mogelijk bij de cliënt laten/leggen: wat wil ik met mijn leven, waar wil ik aan werken, welke hulp heb ik daarbij nodig en hoe wil ik dat die hulp er uitziet?
  4. Het versterken en inschakelen informele/sociale netwerken.

5. Financiering

In de ondersteuning van mensen met autisme kennen we in de dagelijkse praktijk aparte loketten en verschillende geldstromen. Zo kan het gebeuren dat een inwoner door verschillende instanties wordt geïndiceerd en/of bij verschillende loketten moet aanvragen.  Denk hierbij aan:

  • wet maatschappelijke ondersteuning (wmo)
  • jeugdwet
  • participatiewet
  • wet langdurige zorg (wlz)
  • zorgverzekeringswet (zvw)
  • passend onderwijs / leerlingenvervoer

In Delft en Woerden loopt een pilot voor een Integraal PGB (I-PGB)[1].



[1] Een i-pgb is één budget dat men ter beschikking krijgt om alle ondersteuning in te kopen die u nodig hebt. U bepaalt zo veel mogelijk zelf welke ondersteuning u waar nodig hebt: thuis, op school, op het werk, voor uw vervoer, enzovoort. En u bepaalt zelf wanneer en door wie u de ondersteuning wilt ontvangen. Ook regelingen/voorzieningen (voorzieningen voor werk en onderwijs uit de participatiewet en onderdelen van het passend onderwijs) waarvoor een pgb nu nog niet mogelijk is worden ondergebracht in het i-pgb.